Paniek

Blog 95, Paniek

artoon van een vogel die volledig in paniek is, vleugels omhoog, fladderend en snavel wijd open
Jaren geleden kregen de medewerkers van de school waar ik werkte voorlichting van de brandweer. De brandweerman vertelde dat een mens in paniek nog maar 10 procent van zijn normale denkvermogen gebruikt. Hij keek de zaal in en zei: "Ik schat uw gemiddelde denkvermogen hoog in, maar als daar maar 10 procent van over blijft . . . " Hierna volgde een paar hilarische verhalen over wat hij zoal in de praktijk had meegemaakt.


Ik herinnerde me deze bijeenkomst bij het wakker worden (What's on a Man's Mind?) en moest denken aan de paniek die ik ooit voelde bij een akkefietje in mijn studententijd.

Ik woonde op kamers in een buitenwijk van Utrecht bij een hospita die nogal in de problemen zat. Zij was net gescheiden en had psychische problemen, waarvoor zij in dagbehandeling was bij een nabijgelegen PAAZ (Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis). Daar had zij kennisgemaakt met een man, waarvan later bleek dat hij lid was geweest van de 'Dogs of War', blanke huurlingen die in de jaren zestig en zeventig door Afrika trokken om te vechten in allerlei conflicten.
De man was breed geschouderd, gespierd en vreemd. Hij had ongetwijfeld allerlei traumatische gebeurtenissen achter de rug wat zijn verblijf op de PAAZ verklaarde. Vanaf het begin had ik een hekel aan hem. Ik was ook bang. Als hij in huis was, rook ik dat onmiddellijk, want hij gebruikte grote hoeveelheden, penetrant ruikende aftershave. Dat was om zijn drankgebruik te verhullen. Daar kwam ik pas later achter, ik was een tamelijk naïeve jongeling, die nog niet erg veel had meegemaakt.

Op zekere dag kwam de hospita radeloos naar me toe. "Hij probeert zelfmoord te plegen, help me". Ik werd overvallen door paniek, wilde heel hard wegrennen, maar ik wilde mijn hospita ook niet alleen met hem laten. Het gevolg was in eerste instantie grote besluiteloosheid, als een konijntje in het licht van de koplampen, en daarna een soort berusting. Er zat niets anders op dan te handelen. Ik stapte de woonkamer binnen en daar zat hij, met zijn hoofd achterover, in een stoel, volkomen uitgeteld. 

"Waar staan zijn medicijnen?", fluisterde ik.
"In de kast in mijn slaapkamer."
Ik liep ernaartoe en pakte het halflege potje.
"De andere helft heeft hij net met whisky weggewerkt."
Terwijl ik het potje in mijn zak wilde steken, kwam de man met uitgestoken hand de slaapkamer binnen wankelen. Met één zwaai van zijn arm knalde hij me op het bed.
"Geef me mijn pillen!"
Ik was volledig in paniek en gaf hem het potje dat hij opendraaide en in zijn mond goot. Daarna ging hij weer naar zijn stoel en deed zijn ogen dicht.

Ik zei tegen de hospita dat ik de PAAZ ging bellen. Ik wilde dat niet met hem in de buurt doen, dus moest ik naar buiten naar een telefooncel. Daar belde ik het ziekenhuis en legde de situatie uit.
"Het spijt me, meneer, maar wij werken uitsluitend in het ziekenhuis".
"Wat moet ik dan doen? Die man is gevaarlijk, misschien doet hij mijn hospita wat aan, misschien gaat hij dood."
"We kunnen echt niet komen, bel zijn huisarts."
"Ik weet toch niet wie zijn huisarts is! Dan bel ik de politie, maar dat lijkt me niet zo'n goed idee voor iemand die het zo moeilijk heeft."
"Wij komen echt niet naar u toe meneer."

Dus belde ik de politie en legde de situatie opnieuw uit. Ik maakte me ondertussen grote zorgen over het aantal muntjes voor de telefoon. De dienstdoende agent onderbrak me:
"U moet de huisarts bellen, meneer."
"Maar ik weet niet wie dat is."
"Bel dan de huisarts van uw hospita."

Er brak iets in me. Ik begon te schreeuwen dat hij dood zou gaan, dat hij iemand zou vermoorden. Kennelijk was mijn paniek zo groot dat de man aan de andere kant van de lijn uiteindelijk zei, "We komen eraan." Ik liep terug naar de flat en wachtte beneden op de politie die al snel, met de sirene aan, arriveerde. Toen ik in de lift stond met de twee agenten was ik heel blij dat zij boven mij uittorenden. Binnengekomen schatten ze de situatie in en belden een ambulance. Ik gaf de broeders het medicijnpotje en zei dat hij alles met whisky had ingenomen. "Dan zal hij lekker slapen", was het droge antwoord.

Twee weken later kwam ik thuis en rook een penetrantie aftershave geur.



Reacties