Opa

Blog 96, Opa

Tekening van een opa met bril, die in een stoel zit met een meisje op zijn schoot. Hij is haar aan het voorlezen.
Vorig jaar zijn er twee lieve kleine meisjes in mijn leven gekomen. Ik ben opa en ik voel me opa. Het is een feest. Grootvader worden is de kers op de taart van het vaderschap. "Wel de lusten, niet de lasten", zeggen ze. Welke lasten?
Het is de vreugde van de herinnering zonder de drukte van het dagelijks bestaan. Een herhalingsoefening waarbij je nu wel weet wat je moet doen. Ik kan het iedereen aanraden.


Ik kijk naar één van mijn kleindochtertjes die slaapt met onze knuffel met de lange tanden: Toothie. Als ze iets groter is, zal ik haar vertellen hoe Toothie in ons leven is gekomen:

Lang geleden, op een mooie nacht werd Toothie geboren. Hij wist toen natuurlijk nog niet dat hij zo heette, dat word je later wel duidelijk. Toothie lag in een nest met allemaal andere Toothies.  Hij was een ondernemend konijntje, toen hij heel jong was, trok hij er ’s nachts op uit om andere konijntjes te zoeken en daarmee te spelen. De moeder van Toothie had hem verteld dat er in het bos een wilde, donkere vrouw woonde. Er werd verteld dat zij een tovenares was in de boze kunsten. Zij was de baas van een heleboel geesten die de hoofden van bijna alle mensen bestuurden in een land waarin iedereen zich gevangen voelde. Die donkere vrouw werd Baba Jaga genoemd en Toothie was best wel bang dat hij haar een keer zou tegen komen. Op een nacht, hij speelde inmiddels met konijntje nummer 10, maar dat dat belangrijk was, wist hij toen nog niet, hoorde hij geruis in de donkere lucht. En daar zag hij haar, Baba Jaga, vliegend door de lucht in een mortier. Zij gebruikte de vijzel als roer, maar ze liet geen spoor achter in de lucht, omdat ze een bezem van zilverberkenhout gebruikte om alles uit te vegen. Dat zag er nogal eng uit en Toothie rende de andere kant uit. Toen hij thuis kwam vertelde hij het aan de andere Toothies. Gelukkig hoorde zijn tante het ook en die vertelde er meer over. Die tante wist dat Baba Jaga iedereen helpt die rein van geest is, maar dat ze de ziel eet van iedereen die haar vragen stelt. Ze wordt namelijk erg boos als haar vragen worden gesteld, omdat elke keer als dat gebeurt zij direct een jaar ouder wordt. Baba Jaga wist dat er een manier was om niet zo snel oud te worden. Door thee te drinken van blauwe rozen werd ze weer jonger, maar hoe kom je aan blauwe rozen? Toothie was een slim konijntje. Hij herinnerde zich dat hij een keer bij het konijntjes tellen, ook al noemde hij dat toen nog niet zo, een veld met blauwe rozen had gezien. Voortaan ging hij geen avond meer het bos in zonder eerst een blauwe roos te plukken en dat was maar goed ook!

Want op een nacht liep hij in het bos een open plek op en daar stond een huisje op kippenpootjes. Er stond een hek omheen dat gemaakt was van menselijke botten met schedels er bovenop. En toen hij goed keek, en hij moest zijn best doen, omdat het huisje zich voortdurend omdraaide en van hem weg danste, zag hij dat haar voordeur niets anders was dan een mond gevuld met scherpe tanden. En daarbinnen in zat ze. Een kwade, lelijke oude vrouw die een van haar geesten naar buiten stuurde om Toothie bij zijn oren op te pakken en naar binnen te gooien. Als dat maar goed ging. Toothie had de hele tijd zijn blauwe roos achter zijn rug verborgen gehouden. Toen hij voor Baba Jaga stond en zij al aanstalten maakte om zijn lekkere ziel te verorberen, haalde hij de blauwe roos tevoorschijn. Baba Jaga dacht meteen niet meer aan eten. Iedereen met een blauwe roos was haar held en zij was bereid welke wens dan ook van wie dan ook op dat moment te vervullen.

“Geef me die roos, konijn", zei ze, "dan zal ik een wens van je vervullen”. Die wens van Toothie heb ik nooit gehoord, maar dit is wat er gebeurde:

Toothie was opeens heel ergens anders. Hij keek recht in het lachende gezicht van een mooie vrouw met donkere krullen. Naast haar zag hij een man met opmerkelijke tanden, die helemaal in de ban was van die vrouw. En voordat hij het wist werd hij opgepakt en meegenomen naar een ander land, waar ze met hem speelden en speelden en voortdurend zeiden dat hij bevrijd was. En zo was het ook. Ze noemden hem Toothie en zeiden dat zijn hobby “konijntjes tellen” heette.  Er was ook nog een klein beertje waar hij direct helemaal weg van was. Dat beertje moest nog veel leren maar alles zou goed komen.

En ze leefden nog lang en gelukkig.






Reacties