De Nijlgans

Blog 73, De Nijlgans

afbeelding Nijlgans, grijsbruin met roodbruine bovendelen, op de borst en rondom de ogen een donkere vlek , lichtere kop en hals,
Het leeft bij het water, is vaal grijsbruin met roodbruine bovendelen, op de borst en rondom de ogen een donkere vlek , lichtere kop en hals, zwarte vleugels in een groene glans met een groot wit vlak en roze lange poten. Twee keer per jaar komen er 6 tot 9 wandelende bolletjes uit, die fel worden verdedigd. Omringt zich met grote hoeveelheden poep rond zijn verblijfplaats. Kom je te dichtbij, dan blazen ze je weg. De kans dat deze beschrijving je bekend voorkomt is groot. Het gaat om de Alopochen aegyptiaca, de Nijlgans (ook wel Vosgans).


Is het nou Nijlgans of Nijleend? Het is nijlgans, maar toch een soort tussenvorm. Biologen plaatsen de nijlgans in de categorie van de halfganzen. Het is geen eend, het is geen gans: het is een halfgans. Deze vogel is een exoot, dat wil zeggen een vogel die zich gevestigd heeft buiten zijn oorspronkelijke leefgebied, bijvoorbeeld ontsnapte, geïmporteerde vogels. De soort leeft vooral in Afrika en het dal van de Nijl, langs meren, rivieren en in moerassen. Vanaf 1967 komt de nijlgans voor in Nederland, vooral in het westen van het land. Sinds 1967 is het aantal in rap tempo toegenomen tot ongeveer 10.000 paren in 2018, daarnaast zijn er zo'n 40.000 overwinteraars (2013) en 40.000 doortrekkers (2013). De nijlgans is in geen enkel opzicht een bedreigde vogelsoort.

Nijlganzen zijn agressieve vogels, ze zijn sterk en gebruiken die kracht om de nesten van andere vogels, zoals grauwe ganzen, kraaien en eenden te veroveren. De inwoners van het nest worden zonder pardon verdronken. Zeker in het broedseizoen moet je niet in de buurt komen. Dat broeden vindt meestal plaats in holen van grote bomen. Het broeden gebeurt zowel door het mannetje als het vrouwtje. De jongen blijven tamelijk lang bij de ouders, die beide blijven zorgen voor hun kroost.

In het oude Egypte waren ganzen heilige vogels. De nijlgans was gewijd aan de god Amon-Ra, de scheppergod (de 'Grote Gakkeraar'). In het scheppingsverhaal van de Egyptenaren is er in het begin alleen de donkere oceaan (Noen). Amon-Ra schept zichzelf en vervolgens de lucht (Sjoe) en het vocht (Tefnoet). Daarna laat hij de oceaan zich terugtrekken met als gevolg een eiland waarop hij de vogels, planten en dieren neerzet. De goden van de lucht en het vocht krijgen twee kinderen: aarde (Geb) en hemel (Noet). Uit aarde en hemel ontstaan Osiris, Seth, Isis en Nepthys. Het verhaal gaat verder met de strijd tussen goden en godenkinderen, maar Amon-Ra blijft de baas, hij is de god van de aanwezigheid, wijsheid, geluk en ontwikkeling. Amon wordt doorgaans als mens afgebeeld, met zowel een rode (de kleur van de goden) als een blauwe (de kleur van de scheppende kracht) huidskleur. Soms wordt hij als man met een ramskop afgebeeld maar ook de nijlgans stond symbool voor Amon.

Tot slot een 'Fib' over de nijlgans (zie ook de blog Wiskunde en poëzie)

De nijlgans

Daar
Loopt
Blazend
De Nijlgans
Egyptische eend
Verdwaald in ons laag waterland
Brutaal exoot krijgt verduiveld snel de overhand


Reacties