Als ik met mijn vingers knip .......
Blog 67, Als ik met mijn vingers knip ......
Bakeliet was de eerste kunststof die in 1908 in gebruik werd genomen. Het is een voorbeeld van een kunsthars. Het was handig spul, omdat je het tijdens het produceren in allerlei vormen kon persen met als resultaat een stevig gebruiksartikel. Het werd veel toegepast in de elektrotechniek, omdat bakeliet, evenals de meeste latere kunststoffen, de stroom niet geleid.
Na de Tweede Wereldoorlog kwam de massaproductie van kunststoffen echt op gang, waarmee de wereld een chemische revolutie meemaakte.
De plasticsoep in de grote oceanen is een enorme ramp. We worden ons steeds meer bewust van de keerzijde van die prachtige chemische uitvinding die niet meer weg te denken is uit onze samenleving. Kunststoffen zijn levensvreemde stoffen, dat wil zeggen dat, op uitzonderingen na, ze nauwelijks kunnen worden weggewerkt door de micro-organismen die natuurlijke stoffen opruimen.
Hoe dat zit, is goed uit te leggen als je weet hoe kunststoffen in elkaar zitten. Ik heb dat altijd met veel plezier gedaan, met steevast als eerste vraag:
Wat zou er gebeuren als ik nu met mijn vingers knip en alle kunststoffen in de wereld zouden verdwijnen?
De klas blijft even stil, de leerlingen kijken om zich heen of ze ergens plastic voorwerpen zien en dan begint het:
"de plastic bekertjes verdwijnen, en het roerstaafje, mijn ballpoint, geodriehoek, etui."
En zo worden er nog wat meer gebruiksvoorwerpen genoemd.
"Denk eens wat groter, wat zou er nog meer verdwijnen"
Het is opvallend dat de leerlingen zo weinig kunnen bedenken. Kennelijk zijn ze zo gewend aan leven in een maatschappij van kunststoffen, dat ze er niet meer bij stil staan. Ik help ze op weg:
"Waarvan is jouw shirt gemaakt?"
Oeps, die komt aan, opeens realiseren ze zich dat praktisch alles wat ze dragen van kunststof is. Er wordt gegiecheld en naarmate de volle omvang van wat zal verdwijnen doordringt, wordt de onrust groter.
Ik gooi nog wat olie op het vuur:
"Ik zou in één keer volledig naakt voor jullie staan, zelfs mijn bril zou verdwijnen."
Dat willen ze niet horen, zeker als ze beseffen dat dat misschien ook wel voor hun zou gelden.
Ik maak het nog erger:
"Denk eens aan jouw telefoon, jouw laptop, de computer thuis, het internet."
Dit is niet leuk meer, hun hele communicatie zou aan flarden worden geschoten.
Ik leg vervolgens uit dat kunststoffen overal in onze samenleving aanwezig zijn. Allerlei hightech toepassingen in ziekenhuizen zouden verdwijnen, het opereren zelf wordt praktisch onmogelijk. Maar het allerbelangrijkste: doordat kunststoffen overal ter wereld gebruikt worden als elektrisch isolatiemateriaal, zou er, als ze verdwijnen, overal kortsluiting ontstaan, waardoor het complete elektriciteitsnetwerk het wereldwijd zou begeven, met als gevolg dat er geen communicatie meer mogelijk is, alle apparaten niet meer zullen werken, al het verkeer stopt, er grote problemen rond kerncentrales zullen ontstaan, kortom een wereldwijde catastrofe die de meeste mensen waarschijnlijk niet zullen overleven.
Na deze vrolijke inleiding begin ik dan over de chemie van kunststoffen.
Na deze vrolijke inleiding begin ik dan over de chemie van kunststoffen.
De moraal van dit verhaal is dat we niet moeten denken dat we kunststoffen uit de wereld kunnen verbannen. Er is gewoonweg geen goed alternatief. Natuurlijk hoeft niet alles in plastic te worden verpakt, daar zijn wel oplossingen voor mogelijk (denk maar aan het eetbare fritesbakje). Het probleem is vooral hoe we met gebruikte kunststoffen omgaan. Dat zal nog niet zo makkelijk zijn zolang de meeste mensen het opruimen van plastic als de taak van anderen zien.


Reacties
Een reactie posten