De Goddelijke Komedie

Blog 75, De Goddelijke Komedie

Dante (begin 14e eeuw) beschrijft het hiernamaals in zijn beroemde “Goddelijke Komedie”, de denkbeeldige reis door hel, vagevuur en hemel. Hij daalt af in de diepte van de aarde en treedt de hel (het inferno) binnen, vervolgens beklimt hij de louteringsberg (het purgatorio, het vagevuur) tot aan de poorten van de hemel (paradiso), alwaar hij Beatrice (zijn muze) ontmoet die hem door de hemel leidt naar het goddelijke licht.



Ik wil de 'Divina Commedia' echt nog eens lezen. Mijn probleem is dat ik de voorkennis ontbeer die noodzakelijk is om het meesterwerk te begrijpen. Dus zal ik eerst tijd moeten vinden om me de achtergronden, die voor de (intellectuele?) middeleeuwse mens gesneden koek waren, eigen te maken. Dante schreef het werk in de Italiaanse volkstaal van de inwoners van Florence, een van de eerste keren dat het Latijn als schrijftaal werd verlaten. Dante zelf noemde dit de 'zoete nieuwe stijl'. Boccaccio, schrijver van de Decamerone, nog zo'n beroemd werk uit die tijd, heeft uit de Divina Comedia gedurende een half jaar iedere week voorgelezen in een kerk in Florence hetgeen bijdroeg aan de toch al grote beroemdheid van het boek in brede kring.

De Goddelijke komedie geeft een compleet beeld van de manier waarop de middeleeuwer tegen leven en dood, vergeving en straf, en hemel en hel aankeek. Ik vermoed dat de diepere lagen van de schilderijen van Jeroen Bosch door het lezen van dit werk ook meer bloot komen te liggen.
Een klein overzicht:

De hel
De poort die toegang geeft tot de hel vermeldt:
"Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt"
Terwijl hij verder afdaalt, praat Dante met allerlei zondaars, stuit hij op monsters en duivels, en moet hij ontelbare moeilijkheden het hoofd bieden. Hij ziet alle ellende van de wereld, zoals hij die reeds had ervaren in zijn geboortestad: tirannie, moord, verspilling, godslastering, verleiding, simonie, waarzeggerij, oplichting, wellust, roof, tweedracht en verraad. De bedrijvers van deze ongerechtigheden ondergaan allen een gepaste straf volgens de wet van de contrapassio. Deze houdt in dat de straf op een of andere manier in verband moet staan met de begane zonde. Bijvoorbeeld:
  • De tirannen die tijdens hun leven onschuldig bloed vergoten, staan tot hun wenkbrauwen te sudderen in het bloed van hun slachtoffers.
  • De waarzeggers die voorgaven vooruit te kunnen zien, zijn gedoemd om met hun hoofd achterstevoren op hun lichaam voortdurend rond te rennen.
Het vagevuur
Op de louteringsberg bevinden zich de berouwvolle zondaars, die treuren en boete doen. Dante bestijgt de berg, die is ingedeeld volgens de zeven hoofdzonden: hoogmoed, afgunst, toorn, traagheid, gierigheid of verspilling, vraatzucht en wellust. De zondaars zijn niet voor eeuwig veroordeeld, maar mogen na hun loutering opstijgen naar de hemel. Hun loutering bestaat ook hier uit het ondergaan van boetedoening volgens de wet van de contrapassio. 
  • De trotsen lopen gebukt onder zware rotsblokken
  • De toornigen bewegen zich voort in een wolk van rook
  • De afgunstigen hebben met ijzerdraad dichtgenaaide ogen
  • De tragen zijn verplicht voortdurend hard te rennen
  • De hebzuchtigen liggen vastgebonden met hun mond op de grond
  • De gulzigaards zijn zo mager als een lat en lijden honger en dorst
  • De wellustigen lopen temidden van verschroeiende vlammen.
De hemel
Het hemelse paradijs bestaat uit negen sferen. Voorbij deze hemelsferen bevindt zich het empyreum met de candida rosa, een immens amfitheater in de vorm van een sneeuwwitte roos, waar God zijn licht rechtstreeks laat schijnen. Naarmate men zich verder van de aarde verwijdert, wordt de hemelse atmosfeer steeds minder stoffelijk. Engelen zweven rond door de ruimte en alles is vervuld van blijdschap en vrede. Dante’s paradijs is voor alles een hemel van licht en liefde. Wanneer Dante de hoogste hemel, het Primum Mibile, heeft bereikt, ziet hij in de verte negen fonkelende cirkels die om een stralend middelpunt heen draaien. Het zijn de negen engelenkoren die God omringen.

Bovenstaande samenvatting doet totaal geen recht aan de prachtige taal in dit werk.

Canto's en verzen
Het boek is onderverdeeld in Canto's, secties, waarin de verzen zijn opgenomen. In Canto V komt Dante in de tweede Hellekring, die van de wellustigen, waar hij spreekt met een liefdespaar  Dan volgt een beroemd liefdesverhaal. Het is het tragische relaas van Francesca di Rimini uit Ravenna. Ze is uitgehuwelijkt aan Gianciotto Malastesta, maar wordt verliefd op zijn veel knappere broer Paulo. Ze worden allebei gedood door Gianciotto als hij het stel betrapt. 

De min, die snel in ’t edel hart kan dringen,
Heeft hem voor ’t schoone lichaam dra bevangen,
Mij, ach! geroofd!…, ’t hoe blijft tot afschuw dwingen.
Min, die beminden dwingt tot Min-verlangen,
Greep mij voor hem zoo sterk met welbehagen,
Dat naar gij ziet, ik hem nog aan blijf hangen.

De liefde heeft tot een dood ons gedragen, (Canto V, vs 100-106, Bohl)

Reacties

Een reactie posten