Arme oudjes

 Blog 37, Arme oudjes

clipart van een oude gebogen man. Hij loopt met een wandelstok, heeft een pet op en zijn mond wordt omringd met een grijze snor en baard. De grijze haren golven onder zijn pet uit.
Ik kan me af en toe behoorlijk ergeren aan hoe er over en voor oudere mensen wordt gedacht. Zo gaan veel mensen ervan uit dat de digitale vaardigheden of het vermogen om die vaardigheden aan te leren voor onze oudere medemens een brug te ver is. Buiten dat dat natuurlijk niet waar is, sluit je met deze houding een grote groep mensen uit, die juist heel veel plezier van deze, al lang niet meer zo moderne, techniek kunnen beleven. Je zou verwachten dat dat in een verzorgingstehuis wel snor zit, maar (misschien wel door gebrek aan personeel) dat valt zwaar tegen.



Een vriendin van mij is opgenomen in het verzorgingstehuis na een ernstig val van de fiets. Er wacht haar een langdurige revalidatie met ups en downs. Ik ga op bezoek, vrij snel nadat ze is opgenomen, zodat er nog maar weinig mensen zijn die haar kennen. Over een paar dagen kent iedereen haar, laat dat maar aan die vriendin over! Bij de receptie vraag ik in welke kamer ze zit.
"Dat mag ik u niet vertellen, meneer", zegt een geïrriteerde receptioniste, die ik later nog zal tegenkomen. Na wat geharrewar zegt ze dat ik wel naar de afdeling kan lopen en het daar dan maar verder moet vragen. Ik ga met haar aanwijzingen op pad en verdwaal in een mum van tijd in het grootste doolhof van Delft. Ik denk bij mezelf dat hier ook mensen wonen die in de war zijn en vraag me af hoe die hier hun weg kunnen vinden. De weg vragen blijkt niet mogelijk, want ik zie niemand die hier werkt. Zo zwerf ik over allerlei afdelingen langs kamers met gesloten en open deuren. Het duurt zeker een kwartier voordat ik, puur toeval, een kartonnen bordje met de naam van mijn vriendin zie. Ik klop op de deur, geen reactie, klop nog eens, weer geen reactie en dan doe ik brutaal de deur voorzichtig open. Er is niemand, er liggen allerlei spullen op het bed, die ik, als ik dat zou willen, zo zou kunnen meenemen. Ik loop terug de afdeling af en kom eindelijk iemand tegen die misschien wel eens in dit huis zou kunnen werken. Mijn vriendin blijkt in de kantine te zitten.

Als ik daar aankom, is ze in een slecht humeur. Er is geen internet op de kamers en het internet in de kantine is uitgevallen. Omdat ze immobiel is, ga ik naar de receptie om te vragen wat er aan de hand is. Ik tref daar dezelfde chagrijnige receptioniste. Ze beschouwt mijn vraag, wat er aan de hand is met het internet, als een regelrechte aanval. Zo reageert ze ook. Het komt erop neer dat ze wel wat belangrijkers aan haar hoofd heeft dan internet in de kantine. Ik geef niet op en tijdens het twistgesprek dat ontstaat, geeft ze als reden dat in de hal aan het plafond is gewerkt, waardoor het internet moest worden afgezet. Ik constateer dat het plafond er weer in zit en dat volgens mij het internet dus wel weer kan worden aangezet.

"Meneer, ik begrijp echt niet waarover u zich druk maakt. Kijk eens om u heen, deze mensen hebben helemaal geen internet nodig".

Dit is de druppel. Ik weet van mezelf dat ik nogal imponerend overkom als ik ergens boos over ben en maak daar nu schaamteloos gebruik van. Afgemeten en iets voorovergebogen (dat is niet netjes, dat weet ik) zeg ik:
"U zegt maar wat, natuurlijk hebben "deze mensen" internet nodig, net als u. Het is voor een aantal van "deze mensen" de verbinding met de buitenwereld. Ik vind het al een schande dat "deze mensen" geen internet op hun kamer hebben. "Deze mensen" moeten altijd anderen inschakelen voor hun financiën. "Deze mensen" vinden het fijn om hun kleinkinderen digitaal te zien en een verhaaltje voor te lezen. Maar "deze mensen" zijn voor u kennelijk niet belangrijk. Ik vraag het nog één keer, kunt u zorgen dat het internet weer wordt ingeschakeld, anders zoek ik het voor "deze mensen" hogerop".

Hierna loop ik direct weg, terwijl de boze receptioniste me nog iets naroept. Binnen 5 minuten werkte het internet weer.




Reacties

Een reactie posten