De fictieve werkelijkheid
Blog 35, De fictieve werkelijkheid
In mijn boek "De wil van Jupiter", verander ik belevenissen waar ik werkelijk bij ben geweest in onmogelijke verhalen. Daarbij worden zaken met elkaar verbonden die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben. Wat heeft een zwemmer bijvoorbeeld te maken met een bosbrand?De macho zwemmer en het watervliegtuig zijn reële feiten, wat er met de hoofdpersoon, John, gebeurt is fictie.
John ligt te luieren in de zon in een disco aan het water:
Hij keek wat om zich heen, terwijl hij at en dronk. De baai was uitzonderlijk mooi, met bergen op de achtergrond. Het water was rustig en warm. Het restaurant was in 'lounge-stijl'. Het onderkomen van het personeel lag iets hoger aan de kant van de weg.
John bemerkte enige beroering bij de vrouwen. Hij volgde hun blik en zag waarom de belangstelling voor hem niet zo groot was. Uit de personeelsverblijven kwam een onwaarschijnlijk mooie man. John had direct een hekel aan hem. De gezondheid, de fitheid, het spatte van hem af. Hij was gekleed in een wit zwembroekje, waardoor zijn koperen huidskleur enorm tot zijn recht kwam. Hij had brede schouders onder een smal, scherp gezicht. Het pikzwarte haar was in een staartje gebonden. De leeftijd was onbepaald, voor elk wat wils. De man was zich zeer bewust van zijn aantrekkingskracht op de dames. Hij glimlachte de liefste glimlach naar ze, wisselde een paar woorden, met een ietwat verlegen blik, die hem helemaal superaantrekkelijk maakte. Zijn tred was soepel, bijna panterachtig. Hij liep naar de rand van de baai en dook als een schoonspringer het water in. John dacht dat hij een collectieve zucht door de dames hoorde slaken. De adonis crawlde met een krachtige slag richting overkant van de baai. Tot het midden was het een kilometer of drie en die afstand leek hij moeiteloos af te leggen. Toen hij ver weg was, stopte hij. Toen volgde er iets dat John moeilijk anders kon benoemen dan 'het begroeten van de baai'. De man keerde zich in de richting van de aanrollende golven en hij kwam een flink aantal keren met zijn armen ver boven het water uit.
John realiseerde zich dat alleen al deze actie in het midden van de baai hem persoonlijk het leven zou kosten.
De man crawlde in hetzelfde tempo terug als op de heenweg. Bij de rand gekomen trok hij zich met één krachtige beweging uit het water. Hij schudde zijn manen en liep zonder enig teken van vermoeidheid terug naar zijn verblijf, nagestaard door de dames, die langzaam hun adem weer lieten ontsnappen.
Een aantal bladzijden verder gaat John op de dag dat zijn vakantie ten einde loopt en hij weer naar huis zal vliegen nog even zwemmen:
John lag lekker in de schaduw met een kopje koffie zich voor te bereiden op zijn laatste duik in de baai. Hij voelde zich verdomd fit, al zei hij het zelf. Zijn conditie was de laatste weken sterk verbeterd door al dat zwemmen. Dit was het moment dat hij het zichzelf moest bewijzen. Je hoeft helemaal niet zo ver de baai op te zwemmen om de zee te begroeten. Ik ga het gewoon een keer proberen. En dus dook John, naar hij dacht, sierlijk in het water en begon hij van de kust af te zwemmen. Hij regelde zijn ademhaling en vond dat het heel behoorlijk ging. Hij nam zich voor zo’n 100 meter buiten de begrenzing van het zwemdeel te zwemmen om daar het bewijs van zijn mannelijkheid te leveren. Hij richtte zich op voor zijn eerste grootse gebaar naar de einder, toen hij achter zich het geluid van een vliegtuig hoorde aanzwellen. Het gebeurde allemaal razendsnel, hij voelde dat hij naar achter werd gezogen, hij tolde kop over kont in het water, had geen flauw idee meer wat onder en boven was. De sterke stroom trok hem mee naar boven en opeens was het donker terwijl het gebrom van het vliegtuig compleet van toon veranderde. Het was nog wel hard, maar een stuk doffer.
John slaagde erin zijn hoofd boven water te krijgen, waarbij hij vrij hard in aanraking kwam met een plafond boven hem. In een flits drong het tot hem door dat hij was opgezogen door een brandblusvliegtuig.

Reacties
Een reactie posten