Slangenolie

Blog 52, Slangenolie

Afbeelding van een groene slang die dicht opeen gekruld licht, waarbij het puntje van zijn staart in zijn bek steekt.
Dit is het vervolg op Blog 51, Poudre de perlimpinpin.
In cowboyfilms zie je vaak de komst van een rondreizende dokter in een huifkar vol elixers die alle denkbare kwalen konden genezen. Terwijl de mensen om zijn huifkar samen dringen, gaat de dokter op een verhoging staan om zijn waren aan te prijzen. In het publiek bevindt zich een zogenaamde shill, een persoon die de dokter helpt bij zijn geloofwaardigheid door aan te geven dat hij veel baat heeft gehad bij zijn medicijnen en die daarbij zorgvuldig de relatie tussen hem en de dokter verborgen houdt. De dokter is duidelijk een kwakzalver, een 'verkoper van slangenolie'.


Dit is mijn tweede opmerkelijke ervaring met verkopers van slangenolie in onderwijsland.

De directeuren van een stichting waartoe mijn school behoort, hebben een dagje uit. In een groot hotel aan zee vindt een congres plaats, waarbij twee gerenommeerde cursusleiders ons kennis zullen laten maken met de laatste inzichten op het gebied van schoolmanagement. Het congres duurt de hele dag, ik schat de kosten op zo'n 3000 Euro per cursusleider per dagdeel. Dat lijkt duur, maar hoe hoger de cursisten zijn ingeschaald hoe hoger de kosten zijn om ze wat bij te brengen, bovendien kunnen die goedkope gasten natuurlijk niet de kwaliteit leveren die bij de status van het bestuur en de directeuren hoort. Dat is logisch!

Voor de directeuren, zo'n 50 in aantal, is het een dag waarop ze vooral netwerken. Oude relaties worden opgefrist, nieuwe relaties worden aangegaan en dat is goed. Korte lijntjes tussen scholen kunnen in geval van nood, bijvoorbeeld als je een leerling die niet langer te handhaven is, wil lozen, voor snelle oplossingen zorgen. Men vermaakt zich prima tot de twee cursusbegeleiders, die met veel poeha door de voorzitter van het bestuur zijn aangekondigd, beginnen. De directeuren gaan in de 'cursusstand', dat wil zeggen dat de meesten al snel afhaken bij de teksten die ze al honderd keer hebben gehoord, ook al beweren de cursusleiders dat wat zij te zeggen hebben volkomen nieuw is. Zij zijn er zelfs voor naar Amerika geweest en wij hebben de eer om als eerste van hun nieuwe inzichten kennis te nemen. Het maakt nauwelijks indruk en ik krijg zelf het gevoel dat we als proefkonijnen worden gebruikt.

Die indruk wordt versterkt als we een tekst krijgen uitgereikt, die we, het is onvermijdelijk, in groepen moeten bespreken. De twee vernieuwers hebben niet de moeite genomen de teksten te vertalen, dus moeten wij ons door het Amerikaanse jargon heen worstelen, voordat we ons commentaar op de tekst kunnen formuleren. De uitkomsten van de discussie zullen door een lid van de groep worden gerapporteerd. De groepjes van vijf worden geformeerd en we druipen af naar luxe kamertjes om onze taak te verrichten. Tenminste dat dacht ik als onervaren congresganger voor directeuren. Tijdens de wandeling naar ons kamertje werd er flink gemopperd op alweer zo'n circus van groepjes, rapporteren en blablabla. Toen we gingen zitten zei iemand "wie rapporteert?" Er werd gelachen en met de nodige grappen werd iemand door de anderen aangewezen. Tot mijn verbazing ging het gesprek hierna over allerlei schoolzaken, maar zeker niet over het papier dat was uitgedeeld. Het was buitengewoon nuttig, maar ik vroeg me wel af hoe het met de rapportage zou gaan.

Terug in de zaal schudde onze rapporteur een geweldig verhaal uit zijn mouw. Onze groep werd zeer geprezen om de kwaliteit van de discussie en zo volgden er nog andere groepen, waarvan ik later hoorde dat die precies dezelfde methode hadden gebruikt als onze groep. Het volgende papier werd uitgereikt als onderdeel van hun nieuwe cursus, weer in het Engels en nu over een onderwerp dat typisch Amerikaans was. De situatie die werd beschreven was voor een Nederlandse school ondenkbaar. Daar werd wel even fijntjes op gewezen, maar verder ondergingen de directeuren het gelaten, omdat ze het er sowieso niet over zouden hebben. Dit recept herhaalde zich, onderbroken door een fantastische lunch, nog een paar keer. De dag werd afgesloten door de voorzitter van het bestuur, die het allemaal geweldig had gevonden "een heel bijzondere dag, waarin we weer belangrijke stappen hebben gezet in onze queeste naar hoge kwaliteit van ons onderwijs". 
Inmiddels was mij duidelijk geworden dat de twee cursusleiders ons gebruikten om hun cursus vorm te geven. Onze input zou later verwerkt worden in hun definitieve aanbod. Het leek mij een tamelijk goedkope manier om een cursus samen te stellen, sterker nog wij waren gratis en zij duur. Ik vond dat zij ons moesten betalen.

En ja hoor, daar was het evaluatieformulier met een schaal van 1 tot 5 voor verschillende onderdelen van de cursus. Ik vulde de evaluatie zorgvuldig in, aanzienlijk langzamer dan de meeste directeuren, Ik liet geen spaan van de gang van zaken heel in mijn oordeel over dit congres. Ik vond het helemaal niks en voelde me bedrogen en gebruikt (ik zei het al, ik was een onervaren deelnemer van congressen voor directeuren) en zette al mijn bolletjes aan de linkerkant (slecht tot zeer slecht). In mijn commentaar lichtte ik toe waarom ik me gebruikt voelde en zette dapper mijn naam erop (ik vul evaluaties nooit anoniem in).
Toen ik een blik wierp op de andere evaluatieformulieren, die slordig verspreid op een tafel lagen, zag ik dat praktisch alle beoordelingen positief waren! Zo wordt een duur, nutteloos circus dus in stand gehouden.

Over mijn evaluatie heb ik nooit meer iets gehoord.

Reacties