Waka Jawaka

Blog 40, Waka Jawaka

Foto van Frank Zappa met sjaal en de karakteristieke snor en sik.
Waka Jawaka is het vierde solo album van Frank Zappa, uitgegeven in juli 1972. Zappa geeft zelf aan dat de titel naar boven kwam tijdens een sessie met een Ouijabord, een plankje op wieltjes en een speelvlak waarop letters en veelgebruikte woorden staan afgedrukt. Wanneer de deelnemers gezamenlijk het plankje over de letters bewegen kunnen antwoorden ontstaan op vooraf gestelde vragen. Doordat iedereen tegelijkertijd aan het spel deelneemt is nooit duidelijk bij wie de antwoorden precies vandaan komen.
Mooi verhaal, maar ik geloof er niets van.


Ik leerde de muziek van Frank Zappa in mijn studententijd kennen. In het eerste studiejaar leerde ik Ben kennen. Ben leek een beetje op Guy Verhofstadt, de Belgische politicus. Ik herinner me nog goed dat hij me vertelde dat hij een joint had gerookt. Dat maakte me heel ongerust, ik dacht dat hij nu verloren was, verslaafd en dat hij over niet al te lange tijd de wereld zou verlaten, zoals ik in de straat in Utrecht waar ik toen op kamers woonde een paar keer week zag als er weer eens iemand uit een kraakpand werd weggedragen. Ik wilde Ben redden door trachten te begrijpen waar hij mee bezig was.
Dus ik ging bij Ben op bezoek, dronk thee, rook de wierook en luisterde naar totaal nieuwe muziek, zoals de Soft Machine. Die muziek, zweefvliegtuigenmuziek, vond ik fantastisch. Ik ging met Ben mee naar het Utrechtse Paradiso. Een en al wierook, vloeistofdia’s, vele soorten thee, Oosterse kleden op de vloer, en dat alles in een schemering die enorm spannend was. Wat zou er achter de volgende deur gebeuren? Daar kwam ik snel achter. Er kwam een jongen op me af, die heel vriendelijk was, ontwapenend zelfs, en hij vroeg me om raad. Hij had heroïne ingespoten en het zag er opeens zo raar uit. Pijn voelde hij niet, dat is ook onmogelijk met heroïne. Voordat ik het wist liet hij mij een meer dan verschrikkelijke zweer zien. ‘Je moet naar een dokter’, zei ik. Maar hij was alweer vergeten wat hij mij gevraagd had en wiegde op de muziek, die ik zo mooi vond.

Zo beïnvloedde Ben mij in mijn voornemen om nooit drugs te gebruiken anders dan alcohol en in mijn voorkeur voor ongewone muziek. Een jaar later kwam ik op een feestje in Gorinchem in een oud kraakpand, waarin op de tweede verdieping een jongen gebogen zat over een pick-up met één box.  Op de draaitafel lag een lp die hij opnieuw en opnieuw draaide, de hele avond door. Met zijn lange haren als het ware een tent bouwend rond zijn muzieksfeer, wiegend en deinend op het ritme van de meest fascinerende muziek die ik ooit had gehoord. Later bleek dat ‘Freak Out’ van Frank Zappa and the Mothers of Invention te zijn. De Gorinchemse jongen, ze noemden hem ‘de kunstenaar’, zag ik een paar maanden later in Moksha, een muziektent in Gorinchem. Hij had wijd opengesperde ogen, was buitengewoon angstig en liep als een razende tussen het publiek door (de band die speelde waren The Motions uit de Haagse Scene). Hij liep letterlijk tegen de muren op, waarbij hij tot bloedens toe gewond raakte. De ziekenwagen haalde hem op. Ik hoorde dat hij een ‘Bad Trip’ van LSD had. Die avond werd ik zelf heel erg dronken. Ik kwam uit het toilet, kwam een groupie van de Motions tegen, een waanzinnig mooie meid, die me over mijn bol aaide en zei: ‘Jongen toch’. In alle chaos van dat moment was het een lieve opmerking die ik nog steeds koester.

Die tijd, omgeven met verhalen over drugs, gedrenkt in alcohol, waarvan ik toen niet wist dat het ook  een hard drug is, vormt het begin van mijn interesse in de alternatieve muziek, vooral de muziek met snelle nootjes in ongebruikelijke maten en met krankzinnige teksten. Het kwam erop neer dat ik van muziek die bijna iedereen zenuwachtig maakte, zelf tot rust kwam.

Waka Jawaka!

Reacties