Foetsie

Blog 43, Foetsie

Afbeelding van een slordige stapel enveloppen
Examenpost van twaalf scholen vertraagd of zoek
De bezorging van een deel van de examens van twaalf scholen is vertraagd of vermist. Dat meldt PostNL, die de scholen heeft laten weten dat sprake is van ‘vertraging of vermissing van eindexamens voor enkele vakken’.
(Parool, 8 juni)


Hoe is dit nou mogelijk? Deze post wordt aangetekend verzonden, Post NL neemt aanvullende maatregelen zoals de examenzegel en de examenenveloppe. Maar zegt Post NL, het blijft mensenwerk, het is te veel in te korte tijd en sommige bundels enveloppen komen door hun gewicht bij de pakketpost terecht. 
Was dat vroeger dan niet?

Er is heel veel veranderd bij de examens vergeleken met pakweg 30 jaar geleden. In het begin van mijn schoolloopbaan werden de tweede correctoren in de regio aangewezen. Tweede correctoren zijn leraren van andere scholen die nagaan of de eerste corrector, de eigen docent, het werk correct heeft nagekeken. Meestal werd direct na het examen een regiovergadering belegd, waarbij de vakdocenten het werk bespraken en (niet-bindende) afspraken maakten over de wijze waarop de normering werd toegepast. In die tijd was de normering vaak niet veel meer dan het aantal punten dat per vraagonderdeel kon worden behaald. Om problemen bij de tweede correctie te voorkomen, werd die normering onderverdeeld aan de hand van antwoorden van leerlingen die door de snelle nakijkers werden ingebracht. Het waren druk bezochte vergaderingen, waarbij de eerste corrector en de tweede corrector met elkaar kennismaakten of de kennismaking hernieuwden.
Aan één school werden in de regel niet meer dan drie andere scholen gekoppeld. De examens werden niet per post verstuurd, maar door een werknemer van de school naar de andere school gebracht. Als de tweede corrector het werk had nagekeken, ging hij meestal op bezoek bij de eerste corrector om eventuele verschillen te bespreken. Dat was geen grote opgave, de andere school was dichtbij en het was interessant om in een andere school te komen. En natuurlijk nam hij daarna het werk zelf weer mee naar school.

De beloning voor de tweede correctie was heel behoorlijk. Je kreeg een basisbedrag en een bedrag per leerling. De eerste grote verandering was dat aan de beloning een maximum werd gesteld. Vanaf dat moment ontstond er gekrakeel over de aantallen. Als je voorheen veel meer werken kreeg om te corrigeren dan een ander, kreeg je ook meer uitbetaald. Dat was vanaf dat moment over en dat veroorzaakte heel wat chagrijn. Dus greep de overheid in door de examenwerken niet meer over de regio te verdelen maar over het land. Dat was de tweede grote verandering. De verdeling vond vanaf dat moment plaats op grond van aantallen werken, je ontving bijna net zoveel correctiewerk als jij zelf naar tweede correctoren zond. Het correctiewerk werd daarbij soms over verschillende correctoren van verschillende scholen verdeeld. Zo kon het gebeuren dat de helft van jouw examens naar Groningen werd gestuurd en de andere helft naar Maastricht.

De lagere vergoeding en de spreiding over het hele land zorgden ervoor dat het contact tussen eerste en tweede corrector vanaf dat moment alleen nog maar telefonisch, of helemaal niet, plaatsvond en dat veel docenten besloten de tweede correctie steekproefsgewijs toe te passen. De kwaliteit van het hele systeem ging hierdoor achteruit, terwijl de logistiek aanzienlijk ingewikkelder werd. Bovendien werd de tijd die je had om de correctie af te ronden aanzienlijkminder en werd het aantal dagen tussen het eerste tijdvak en het tweede tijdvak veel en veel korter. Met als resultaat een hausse aan aangetekend postverkeer tussen heel veel scholen. Het is dan wachten op het kwijtraken van examens.

De manier waarop daarmee wordt omgegaan heeft mij zeer verbaasd. Ik snap dat als je vindt dat die examens opnieuw moeten worden gedaan, je dat vertelt aan de leerlingen die dat aangaat. Ze moeten immers volgende week al het tweede tijdvak in. Maar waarom moeten ze dat examen overdoen? Het cijfer is bij de eerste correctie al gegeven en door de tweede correctie zijn er mogelijk wat kleine veranderingen. Het is de afweging tussen het vertrouwen in de docent die nu in zijn eentje het cijfer vaststelt en honderden leerlingen een examen over laten doen terwijl de reden daarvoor geheel buiten hun schuld ligt. Helemaal zuur als je beseft dat vorig jaar er helemaal geen centraal schriftelijk was. Gelukkig heeft de minister op tijd zijn verstand terug gekregen en besloten dat het cijfer van de eerste correctie voor de zoekgeraakte werken wordt overgenomen.
Was dat nou zo moeilijk?

Reacties