Etymologie
Blog 49, Etymologie
De etymologie is het deelgebied van de taalkunde dat de herkomst van woorden bestudeert. Etymologie is oorspronkelijk een samenstelling uit het Griekse étymon ‘oorspronkelijke vorm van een woord’, dat weer is afgeleid van het bijvoeglijke naamwoord étymos ‘werkelijk, waar’, en lógos ‘leer, wetenschap’. Het woord werd bekend door de Etymologiae van bisschop Isidorus van Sevilla, een encyclopedisch werk waarin hij informatie over allerlei zaken probeerde te relateren aan de oorspronkelijke betekenis van een woord. Zijn werk werd eeuwenlang veel geraadpleegd. (Bron: Wikipedia)Ik vind het buitengewoon boeiend om te ontdekken waar de namen van bijvoorbeeld steden vandaan komen. Wikipedia is ook hier weer een schatkist met voorbeelden.
Delft
Delft is ontstaan aan de 'Delf', een verouderd woord voor "gracht". Delf komt van delven, graven. De Delf is een waterloop die omstreeks 1100, toen er van de stad Delft nog geen sprake was, is gegraven. Hij diende om het omliggende land te ontwateren. De gracht was een verbreding van een deel van de Gantel, een brede kreek die onderdeel was van een wijdvertakt stelsel van getijdekreken in het Westland. Op de verhoogde plaats waar deze 'Delf' de kreekwal van het dichtgeslibde riviertje de Gantel kruiste, werd een hoeve, het Vroonhof, gevestigd, waardoor Delft een belangrijk marktcentrum werd. Godfried met de Bult wordt beschouwd als bouwer van het Vroonhof en verlener van de marktrechten en wordt daarmee gezien als stichter van Delft.
Leiden
De Rijn vormde rond het begin van de jaartelling de scheidslijn tussen de vrije Germanen in het noorden en de Romeinen in het zuiden. De Romeinen vestigden zich op Leids grondgebied in het grensfort "Matilo". Na het vertrek van de Romeinen vestigden rond 600 de Franken zich hier. In die tijd was de monding van de Oude Rijn een van de dichtstbevolkte streken van Holland. Op de plaats waar de Oude en de Nieuwe Rijn samenstroomden werd in de 9e eeuw een palissadeheuvel (een met palen omheinde vluchtplek voor mensen en hun vee tegen mogelijke belagers) opgeworpen, “de Burcht”. In 860 duikt de vermelding Leithon ("aan de wateren") op, dat later overgaat in Leiden.
Den Haag
Het huidige Den Haag bestaat sinds 1230, toen graaf Floris IV van Holland op de plek waar reeds een hofstede stond van Vrouwe Meilindis van Wassenaer een bescheiden kasteel bouwde. Vanouds werd de plaats “Die Haghe” of “Den Hag(h)e” genoemd. ’s-Gravenhage’ is een samentrekking van 'des Graven ha(a)ge', het bos van de Graaf (van Holland).
's Hertogenbosch
Men gaat ervan uit dat, voordat de stad ontstond, ter plaatse een (moeras)bos aanwezig was, dat als jachtgebied toebehoorde aan de graven van Leuven en later aan Hendrik I, de eerste hertog van Brabant. Hier komt de naam des Hertogen bosch (het bos van de hertog) vandaan, waarvan het huidige 's-Hertogenbosch een samentrekking is.
De carnavalsnaam van Den Bosch is Oeteldonk. Van den Oetelaar was vroeger een veel voorkomende achternaam in Den Dungen, mogelijk door de nabijgelegen buurtschap Oetelaar. Een van de bisschoppen van Den Bosch was afkomstig uit Den Dungen en hij werd spottend 'Oetel' genoemd.
De stad 's-Hertogenbosch ligt op een zogenaamde dekzandrug, die een goede afwatering voor de Dommel en De Aa belemmerde. De lagere delen van de dekzandrug werden door het aanstromend water sterk geërodeerd. Hierdoor brak ter hoogte van het huidige centrum op verschillende plekken de dekzandrug door en konden de riviertjes op de Maas afwateren. Zo ontstonden zandkopjes in het rivierenlandschap, ofwel donken. Eén van deze donken is de Markt in ’s-Hertogenbosch. De bisschop van Den Bosch ofwel de Oetel van de donk wordt dan Oeteldonk.
Amsterdam
Aeme-stelle was in het oud-Nederlands de naam voor een 'waterachtig gebied'. Vanuit de Utrechtse regio werd de Aeme-stelle, een moerasgebied, ontgonnen. Er vestigde zich in het veenlandschap een boerengemeenschap, die te maken kregen met het verzakken van de bodem door het inklinken van het veen. Zij legden dijken aan om niet overstroomd te raken. Op de dijk langs de westoever van de Amstel (nu de Nieuwendijk) verrezen rond 1225 de oudst bekende (houten) huizen van Amsterdam. Wat later raakte ook de dijk aan de oostkant bewoond (nu de Warmoesstraat). Tussen beide oevers werd, rond 1250, een dam met sluizen gebouwd (de huidige Dam). De monding van de Amstel, het huidige Damrak, werd zo de eerste zeehaven van de kleine nederzetting. Het kreeg logischerwijs de naam Aemstelledam, Amsterdam dus.
Utrecht
De Romeinen bouwden rond het jaar 50 langs de Oude Rijn het fort Traiectum, “plaats om de rivier over te steken”, ter hoogte van het Domplein. Hiermee werd de grondslag voor de stad gelegd. Na het vertrek van de Romeinen rond 270 kwamen hier Franken wonen. De naam van deze plek werd al gauw Trecht, maar omdat er ook een ander Trecht bestond (Traiectum ad Mosam, het huidige Maastricht), werd er al snel over Boven - en Beneden (“Uut”) Trecht gesproken. Vandaar Utrecht.
Maastricht
Rond het jaar 10 BC legden de Romeinen een belangrijke heirbaan aan die van Boulogne-sur-Mer via Doornik, Valenciennes en Tongeren naar Maastricht voerde. Vandaar splitste zij zich in een tak die naar Nijmegen liep, en een tweede die naar Keulen voerde: de “Via Belgica”. Tussen het Vrijthof en de brug ontstond een Romeinse nederzetting, waarvan het centrum nabij de brug lag. Romeins Maastricht was geen grote nederzetting. Behalve enkele bescheiden openbare gebouwen, waren de meeste huizen, gelegen langs de grote weg tussen Vrijthof en Maas, van hout en leem. De herkomst van de naam Maastricht is waarschijnlijk terug te leiden tot de Latijnse naam Mosae Trajectum, “doorwaadbare plaats in de Maas”. De aanduiding Traiectum of Triecht werd ook voor Utrecht gebruikt (Zie Utrecht); vandaar de toevoeging van de naam van de rivier. Mosae Trajectum, Maastricht, komt voor het eerst in vermeldingen in de middeleeuwen voor.

Reacties
Een reactie posten