Size matters
Blog 16, Size matters
Gisteren werd bekend dat er opnieuw een afsplitsing was van een politieke partij, waarbij het aantal partijen nu op 18 komt. Los van het feit dat het niet helemaal eerlijk lijkt dat de vertrekkende leden die zetels mee kunnen nemen, heeft dit gevolgen voor de doelmatigheid van de kamer. Ik onderzoek hierna hoe de verdeling van de zetels in 2021 zou zijn geweest als er een kiesdrempel was ingevoerd.De kiesdrempel en kiesdeler
Als politieke partijen minimaal een vastgesteld percentage van de stemmen moeten halen om een zetel te bemachtigen, dan spreekt men van een kiesdrempel. De kiesdrempel staat dus voor het aantal stemmen dat nodig is voor het behalen van één zetel. Nederland kent formeel geen kiesdrempel. Wel komt een partij bij de Tweede Kamerverkiezing pas in aanmerking voor een zetel als het de kiesdeler heeft behaald. Een voorbeeld. Bij de Tweede Kamerverkiezing in 2021 werden 10.422.852 geldige stemmen uitgebracht. De kiesdeler was 10.422.852 : 150 zetels = 69.485,68 (Bron website kiesraad)
Restzetels
Bij de laatste verkiezingen namen 37 partijen deel aan de verkiezingen. Hiervan kwamen 17 partijen boven de kiesdeler uit. De berekening van het aantal zetels gaat als volgt:
Er zijn dus 11 restzetels. De berekening van de verdeling van de restzetels is ingewikkeld. Eerst wordt voor alle partijen berekend hoeveel stemmen per zetel op een bepaalde partij zouden zijn uitgebracht, als die partij één zetel extra zou krijgen. De op de partij uitgebrachte stemmen worden dus gedeeld door het aantal behaalde 'volle' zetels + 1. De uitkomsten van deze berekening zijn gemiddelden; zij worden naar grootte gerangschikt. De eerste restzetel gaat naar de partij met het grootste gemiddelde. Voor deze partij wordt opnieuw berekend wat het gemiddelde nu is, uitgaande van het aantal volle zetels, de toegewezen restzetels en één extra zetel. Als er nog een restzetel te verdelen is, wordt deze toegewezen aan de partij met nu het grootste gemiddelde. Het centraal stembureau herhaalt zo nodig deze procedure, totdat alle restzetels verdeeld zijn (Bron website kiesraad)
Als voorbeeld een berekening van deze gemiddelden voor de VVD:
2.279.130/(32+1) = 69.064,55 en 2.279.130/(32+2) = 67.033,24
Al deze gemiddelden worden op grootte gesorteerd, waarbij het mogelijk is dat een partij meer restzetels krijgt (dat was voor de VVD en D66 bij de afgelopen verkiezingen het geval, zoals in onderstaande tabel te zien is).
De hoogste 11 gemiddelden zijn met oranje aangegeven.
Een nieuwe kiesdrempel
Nu we weten hoe de verdeling van de zetels voor de Tweede kamer plaatsvindt, kunnen we wat vingeroefeningen doen met verschillende drempels. Hoe zou het worden als de kiesdrempel op 3 of op 5 zetels zou worden gezet? In onderstaande tabel staan de uitkomsten van de berekeningen die op dezelfde manier als hiervoor zijn uitgevoerd. In donkerrood de partijen die bij een drempel van 3 en 5 wegvallen, in felrood de partijen die bij een drempel van 5 zouden wegvallen.
Conclusie
Met een kiesdrempel van 3 zetels zouden er bij de verkiezingen van 2021 in de Tweede Kamer 14 partijen over blijven en bij een drempel van 5 zetels 10 partijen. Ik zie in dat laatste geval allerlei mogelijke regeringscombinaties met als kern VVD/D66:
VVD-D66-CDA (79)
VVD-D66-PvdA-GroenLinks (81)
VVD-D66-CU-PvdA (77)
Heel overzichtelijk allemaal en bij gelijke spreektijd zou het zonder interrupties zomaar de helft vergadertijd kunnen opleveren.




Reacties
Een reactie posten