Sterke verhalen
Blog 17, Sterke verhalen
Eén van de grote veranderingen door de invoering van de Tweede Fase in het onderwijs is dat het lesprogramma in een strak keurslijf is geperst. In blokken van 6 tot 8 weken zijn de lessen ingericht volgens een onwrikbaar schema, waarin tot in detail de leerstof per les wordt beschreven. Eens even lekker kletsen met de klas is er dan niet bij, terwijl dat voor het studieklimaat zo belangrijk is.
Als leraar was ik niet zo'n verteller, zeker niet over mezelf, hoewel ik wel graag grapjes maakte en bij het rondlopen kleine gesprekjes voerde. Er is echter één les die in mijn geheugen gegrift staat.
Mijn 6e klas liep het lokaal binnen. Ik was moe en melig en had totaal geen zin me bezig te houden met het onderwerp waar we aan toe waren. Een klas heeft daar een zesde zintuig voor, zodat de les met wat wederzijdse plagerijtjes begon. Het duurde niet lang of de vraag kwam of ik nooit iets spannends in mijn scheikundestudie had beleefd. Tegen mijn gewoonte in begon ik te vertellen over mijn avonturen.
Tijdens het practicum voor de eerstejaars gebruikten we kwartsbuizen om materiaal in een buisoven te verhitten. Die buizen werden aan de binnenkant behoorlijk smerig. Daar kon geen borstel tegenop. Zo'n buis moest worden schoongemaakt met "koningswater", een mengsel van geconcentreerd zoutzuur en geconcentreerd salpeterzuur, waarvoor je bij het gebruik rubber handschoenen aan moest. Afijn, ik zet de buis gevuld met koningswater in de zuurkast met de kurken aan weerszijden er stevig opgedrukt. Een weekendje laten staan en alles is weer spik en span. Op maandagmiddag tref ik bij de opstelling een briefje aan. "Van wie is deze bom? Ontmantel hem zelf maar". Oeps, ik zie de belletjes in de buis en durf hem zelf nauwelijks open te maken. Bovendien waar laat je dat spul? Had ik nog niet over nagedacht. Met enigszins trillende handen weet ik het spul weg te werken, met veel water door de gootsteen. Er komen bruine wolken uit het putje, maar gelukkig staat alles in de zuurkast.
Dinsdagmiddag ben ik weer present. Rond mijn zuurkast is het een puinhoop, de vloer is opengebroken, men is de afvoer aan het repareren. Wist ik veel dat de leidingen van lood waren. Hetzelfde lood dat me nu in de schoenen zinkt. Ik moet bekennen dat ik me niet heb gemeld.
Dinsdagmiddag ben ik weer present. Rond mijn zuurkast is het een puinhoop, de vloer is opengebroken, men is de afvoer aan het repareren. Wist ik veel dat de leidingen van lood waren. Hetzelfde lood dat me nu in de schoenen zinkt. Ik moet bekennen dat ik me niet heb gemeld.
Nog een verhaal meneer, u heeft vast meer beleefd.
We gaan schietkatoen maken, het spul dat vroeger in geweren werd gestopt met een lange stok. De bedoeling is dat we na afloop een beetje van het spul op de grond leggen en er met een hamer op tikken. Om me heen hoor ik de geluiden van een klappertjespistool, maar bij mij gebeurt er niets. "Nog niet voldoende droog", denk ik en dan doe ik het onvoorstelbare. Ik leg het complete stuk schietkatoen in een droogstoof van 100 graden. Terwijl ik, met mijn rug naar de droogstoof , andere dingen aan het doen ben, hoor ik achter me een enorme knal gevolgd door de deur van de droogstoof die rakelings langs me heen vliegt.
Meer, meer.
Het is de dag dat ik drie grote fouten maak. Inmiddels na kandidaats, dus een ervaren chemicus, zou je zeggen. Het begint al met een hevige schrikreactie als ik voor het eerst van mijn leven een handschoenenkast gebruik. De manshoge cilinder met argon die naast de kast staat, levert het gas dat ik als omgeving nodig heb bij het preparen van wat lithium voor een experiment. Als ik de kraan van de cilinder opendraai, wordt ik vanachter vastgegrepen, tenminste zo lijkt het. Ik schrik me een ongeluk en draai me snel om, om erachter te komen dat ik word "aangevallen" door twee lange rubber armen met handen die uit de handschoenenkast zijn geschoten en die nu vrolijk staan te zwaaien. Met verhoogd adrenalinegehalte stel ik de temperatuur in van een oven die ik hierna nodig heb. Helaas, ik maak een fundamentele fout. Het voorschrift geeft de temperatuur in Kelvin, maar ik stel de oven in op Celsius, dus 273 graden te hoog. Daardoor druipt de vaste stof, die niet had mogen smelten uit zijn houder in een rubber slang die direct kapot gaat. Experiment volledig mislukt dus.
Maar ik zit nu wel met het lithiumpoeder, wat te doen? Het is echt mijn dag niet, want ik spoel het weg in de gootsteen waarin ogenblikkelijk een flinke vuurzee ontstaat (lithium reageert met water, en als poeder ook nog eens razendsnel, waarbij het zeer brandbare waterstof ontstaat).
En nog is de misère niet voorbij. Een glazen plaat is bedekt met een laagje hars, die ik er maar niet af krijg. Ik denk "als ik die plaat nu eens heel rustig warm maak op een elektrische kookplaat". Zo gedacht zo gedaan. Het was hierna niet meer nodig om de plaat te reinigen. Duizenden stukjes glas getuigden van mijn laatste stommiteit van de dag.
Maar ik zit nu wel met het lithiumpoeder, wat te doen? Het is echt mijn dag niet, want ik spoel het weg in de gootsteen waarin ogenblikkelijk een flinke vuurzee ontstaat (lithium reageert met water, en als poeder ook nog eens razendsnel, waarbij het zeer brandbare waterstof ontstaat).
En nog is de misère niet voorbij. Een glazen plaat is bedekt met een laagje hars, die ik er maar niet af krijg. Ik denk "als ik die plaat nu eens heel rustig warm maak op een elektrische kookplaat". Zo gedacht zo gedaan. Het was hierna niet meer nodig om de plaat te reinigen. Duizenden stukjes glas getuigden van mijn laatste stommiteit van de dag.
Meneer, dit is de leukste les die u ooit heeft gegeven.

🙉🙈😖🤣
BeantwoordenVerwijderen