Mond wijd open
Blog 27, Mond wijd open
Het vak van tandarts heeft niet altijd als apart beroep bestaan. In de Middeleeuwen was degene die zich met de haarverzorging bezighield, de barbier, tegelijk chirurgijn, wat erop neerkwam dat hij geneesheer en tandarts was. Gaandeweg raakte in Europa het beroep van barbier echter in onbruik. Vanaf de 17e eeuw was de tandheelkunde een op zichzelf staande discipline, die tevens academisch werd onderwezen. Het trekken van tanden en kiezen gebeurde vroeger onverdoofd. (Bron: Wikipedia)
Tegenwoordig gaat het goed, maar mijn ervaringen met de tandarts in het verleden zijn niet best. Zo'n 60 jaar geleden kwam op de lagere school de schooltandarts, in mijn geval altijd twee vrouwen, in de tandartsbus. De gang naar die bus was een ware marteling, het trapje op, aarzelen bij de ingang, "schiet eens op joh, we hebben niet de hele dag de tijd", naar de stoel. Naast die stoel stond de tandartsboor, een manshoog gevaarte bestaande uit een aantal stangen die konden scharnieren. Het geheel leek wel wat op een kraanvogel, die op elk moment kon toeslaan in jouw mond. Om de stoel heen stonden de tandarts en haar assistente, die tijdens de behandeling voortdurend met elkaar aan het babbelen waren, af en toe onderbroken door opmerkingen als "nou, nou, ben jij nou een grote jongen", of "stel je niet zo aan, zo'n pijn doet het niet", of "stop met huilen, je bent de eerste die zo'n kabaal maakt". Ik haatte deze vrouwen.
Naast de schooltandarts ging ik ook naar de reguliere tandarts. Samen met mijn moeder, die me mee moest sleuren. Mijn moeder zei altijd bij elke medische handeling dat ik moest zeggen dat we "particulier" waren. Dit in tegenstelling tot de ziekenfondspatiënten die in de tweede klas wachtkamer lang op hun beurt moesten wachten. Wij zaten in de eerste klas wachtkamer en daar was mijn moeder heel trots op. Ik herinner me de tandarts niet heel goed, maar wel het verhaal dat vaak door mijn moeder werd verteld. Tijdens een behandeling schijn ik opeens mijn mond te hebben dichtgeklapt, ik had de duim van de tandarts in een ijzeren klem en ik was niet van plan die los te laten. Met enige moeite lukte het ze mijn mond weer open te laten doen, zodat de diepe bijtwond goed zichtbaar was. Drie hechtingen en voor ons een straatverbod. Die tandarts hebben we, particulier of niet, nooit meer bezocht.
Op de lagere school deden we ook aan schoolzwemmen. Het lijkt achteraf gezien wel of alle volwassenen die toen iets met kinderen van de lagere school moesten doen een militair verleden hadden. Naast het militaire optreden van de schooltandartsen had je de militie van de badmeesters die ons door het water joegen. "Rand, buigen en springen, volgende, rand, buigen en springen". Het ging razendsnel en daar werd ik een beetje zenuwachtig van. Toen ik in het water sprong, zette ik me af van de bodem, kennelijk met een draai, want toen ik met wijd open mond naar adem happend boven kwam, werd ik getekend voor het leven. Een van mijn (lange) voortanden brak af. Ik verstoorde hierna het hele ritme, hetgeen bij de badmeester een woedeaanval veroorzaakte. Mijn verminkte tandenbekkie maakte geen enkele indruk, "doorzwemmen". En dus kreeg ik een stifttand, die ik van mijn 10e tot mijn 35e in heb gehad. Dat betekende jarenlang één lange voortand en één kortere tand die meer op een stompje leek.
Toen ik 19 was, bleef deze kunsttand vastzitten in een mars. Ik ging naar een tandarts die ik nog nooit eerder had gezien en die weigerde mij te behandelen. Ik moest namelijk eerst naar de kapper want mijn haren waren veel te lang. Dat kon toen nog. Afijn, bij een andere tandarts werd het oude stompje gewoon weer vastgezet. Ik heb daarna heel lang geen tandarts meer gezien, met alle gevolgen van dien. De grote restauratie vond plaats op mijn 35e en toen kreeg ik een voortand die eindelijk paste bij die andere tand. Ze waren wel groot, dat wist ik wel, maar het werd me bij de kassa van een supermarkt nog eens fijntjes ingewreven door een klein meisje die naar me wees, "mama, mama, kijk eens, die meneer heeft hazentandjes".
Heden ten dage is mijn verstandhouding met mijn tandarts en mondhygiëniste prima. Het enige waar ik nooit aan zal wennen, is waarom een tandarts vragen stelt aan een man met de mond wijd open.

Ieuw!!! Er komen weer herinneringen boven die ik liever weg had gehouden achter een deurtje🙈
BeantwoordenVerwijderen