Vertel het je kinderen
Blog 06, vertel het je kinderen
Dezer dagen wordt er veel gesproken over de oorlog. Naarmate de tweede wereldoorlog langer achter ons ligt, verdwijnen de herinneringen uit de eerste hand. Ik hoor op radio en televisie nu vooral verhalen van de 2e en 3e generatie, met daarbij de veelgehoorde opmerking dat vader en moeder, opa en oma het moeilijk vonden om over die tijd te praten.
Ik hoor een prachtige reportage over een dochter die haar vader heeft geïnterviewd en een opmerking van een kleinzoon die zijn oma vlak voor haar overlijden allerlei vragen heeft gesteld.
Ik hoor een prachtige reportage over een dochter die haar vader heeft geïnterviewd en een opmerking van een kleinzoon die zijn oma vlak voor haar overlijden allerlei vragen heeft gesteld.
Ik ben zelf van de 2e generatie, geboren in 1951. Mijn actieve herinneringen gaan over de weerzin van mijn ouders tegen de Duitsers, "moffen" zeiden zij. Er woonde een Duitse mevrouw bij ons in de straat waar mijn vader en moeder heel minachtend over spraken en ik was erbij toen mijn vader een Duitse toerist tot mijn verbazing de verkeerde kant uit stuurde.
Mijn moeder vertelde wel over de oorlog. Als 13 jarig meisje ging ze de oorlog in en als 18 jarige vrouw kwam ze eruit. Ze had bijna al die tijd binnen gezeten omdat haar ouders bang waren dat zij vanwege haar uiterlijk als "joods" zou worden gezien en daardoor in gevaar zou komen. Zij vertelde over de hongerwinter en over de V1's die in de buurt van Leiden werden afgeschoten. Soms haperde de motor en dan kwam die raket naar beneden. Ook het verhaal van de bommenwerpers die op weg naar Duitsland overvlogen en de lucht verduisterden, maakte op mij grote indruk. Toen ze bijna 80 was, is zij geïnterviewd door mijn schoonzus en daardoor werden we een stuk wijzer over haar leven als getrouwde vrouw die inwoonde bij haar schoonouders.
Mijn vader had tijdens de oorlog veel meer meegemaakt. Hij was 16 toen de oorlog uitbrak en 21 toen hij terugkeerde uit Duitsland. Wat ik daarvan weet, is dat hij toen de arbeitseinsatz werd afgekondigd, vluchtte naar de Noordoostpolder, omdat hij geen adres kon vinden om onder te duiken. Daar werd hij bij de tweede razzia opgepakt en op transport naar Duitsland gezet. Hij is nooit in de fabrieken aangekomen omdat hij een besmettelijke ziekte (roodvonk en difterie) opliep waardoor hij in een door Russische artsen en verpleegsters bemand ziekenhuis terecht kwam, waar ze hem, denk ik, zijn vergeten.
Hij sprak er nooit over. Eén keer ben ik, als 12-jarige, met hem mee geweest naar een reünie in de polder. Daar kwam hij pas aan het eind van de dag iemand tegen die hij kende en uit hun gesprek kon ik opmaken dat hij onderweg naar Duitsland had kunnen vluchten, samen met deze man, door zich achterover te laten vallen op de drempel van een huis waar ze even rustten. Hij durfde niet, zijn maat wel.
Mijn vader is verongelukt toen ik 28 was. Nu, zo'n 40 jaar later, heb ik zoveel vragen die ik hem had willen stellen. Ik denk daar vaak aan, waarschijnlijk omdat ik bij het ouder worden steeds meer verbinding begin te voelen met de man die na de oorlog alleen maar werkte en studeerde om zijn gezin een beter leven te geven. Het voelt als een gemis dat ik zo weinig over hem weet.
Dat is ook de reden dat ik probeer zoveel mogelijk aan mijn kinderen te vertellen. Die zijn nu met heel andere dingen bezig, dat begrijp ik wel, maar er zal een tijd komen dat ook zij meer over hun ouders willen weten.
Dus schrijf ik het op.

Reacties
Een reactie posten