Onmacht op straat

 Blog 2, Onmacht op straat

Afbeelding van een elektrische rolstoel met kleine wieltjes voor en grote wielen achter.

De zorg in Nederland heeft grote problemen. Er is meer geld nodig om voldoende personeel aan te nemen dat meer dan alleen de technische zorg kan leveren. In de verpleeghuizen treffen we soms treurige toestanden aan, waarbij mensen zelfs onvoldoende lichamelijke verzorging krijgen. Er doen veel veel verhalen de ronde over "klein leed" in de zorginstellingen, die niet allemaal te herleiden zijn tot een gebrek aan geld en personeel.


We zijn op weg naar de supermarkt en draaien te voet de drukke weg haaks op ons straatje op. Aan de overkant van de straat is de ingang van een kinderopvang die op het terrein van een zorginstelling staat. Het hek staat wijd open en tot mijn grote schrik zie ik een oude man in een elektrische rolstoel de poort uitschieten en zonder te kijken de weg oversteken. Hij heeft geluk, iedereen kan op tijd remmen, maar hij strandt bij de hoge stoep voor de bushalte. Bij nader inzien blijkt de man gekleed te zijn in pyjama en er verder zeer slecht verzorgd uit te zien. Hij heeft een stoppelbaard en om zijn mond hangen etensresten.
Ik help hem de stoep op en hij probeert direct weg te rijden. Dat lukt niet, want hij draait de struiken in en komt daar vast te zitten. Het lijkt me duidelijk: deze man moet terug naar huis, want hij kan zo echt niet het verkeer in. Daar denkt hij anders over. Als ik hem probeer te overtuigen dat hij weer terug naar huis moet, probeert hij opnieuw weg te rijden. Ik houd hem tegen (zo'n elektrische rolstoel heeft best een krachtige motor!)
"Laat me, meneer, laat me".
Er komt iemand langs die hem kent. Hij zegt dat hij wel even langs de receptie van het verpleeghuis zal lopen om ze daar te waarschuwen. Als hij even later terugkomt, terwijl ik mijn uiterste best moet doen om de man niet te laten weg rijden, blijkt dat de mensen van het verpleeghuis niet van plan zijn om te komen. "Hij heeft het recht om naar buiten te gaan, ze kunnen hem niet verplichten binnen te blijven". Ik kan niet geloven wat ik hoor en ben echt niet van plan de man los te laten, want ik wil morgen niet in de krant lezen dat hij is verongelukt. Gelukkig komt op dat moment een motoragent langs, die het geworstel ziet en zich bij ons voegt. Ik leg hem de situatie uit en hij kijkt in zijn telefoon het een en ander na. Het blijkt dat de politie hem de dag tevoren ook naar huis heeft gebracht.
"Wacht maar, ik bel het verpleeghuis wel even op".
Zo gezegd, zo gedaan. Maar ook de politieman krijgt nul op rekest.
"We moeten hem laten gaan".
"Maar dan rijdt hij dadelijk het water in".
"Ja, maar er is geen wettelijke grond".

Ik denk, wat nou wettelijke grond, nood breekt wet. Bovendien vind ik het verbijsterend dat er niet iemand van het verpleeghuis komt kijken. Het is misschien 50 meter lopen. Maar goed, ik laat de stoel los en daar gaat hij. Ik zie nog hoe hij aan het eind van de stoep links afslaat, richting kanaal.
Ik ben boos, heel boos. Weer thuis bel ik naar het verpleeghuis, waar men mij doorverbindt met de klachtenfunctionaris die duidelijk een cursus "omgaan met boze mensen" heeft gevolgd. De klacht wordt vol begrip genoteerd. Of ik nog wil horen hoe dit wordt afgehandeld?

"Dat is niet nodig, als er maar wat mee gebeurt".

Ik ben weer een illusie armer.

Reacties